Cajón bouwen

'voor Pepijn' op de achterkant van het voorblad Klik op de foto's voor een vergroting.

Op wikipedia wordt een cajón beschreven als een soort houten trommelkist. Ontstaan uit armoede (trommelen op houten kisten) maar intussen geëvolueerd tot een fraai instrument.
Mijn zoon van tien jaar zit voortdurend overal op te kloppen en trommelen en wil graag gaan drummen. Een drumstel is in ons huis nog een brug te ver, dus een cajón leek me een goed alternatief.

Zelf bouwen i.p.v. kopen

Snuffelend over internet vond ik veel interessante varianten. Het bleek dat een cajón redelijk gemakkelijk zelf te bouwen is, en je daarmee meer kwaliteit en minder kosten krijgt. Maar er zijn dan een hoop keuzes te maken.

Materiaal & afmetingen

Veelal wordt aangeraden een cajón van 12 (of 18) millimeter dik multiplex te maken. Vanuit accoustisch oogpunt leek mij echt hout beter. In de schuur had ik nog wat 18 mm grenen planken liggen; dat leek me een goed begin.
Het voorblad moest dun doch zwaar en veerkrachtig zijn, maar niet slap. Waarom er vaak berkentriplex gebruikt wordt, snap ik dus niet... Ik kocht een plaat 3,6 mm dik hardhouten triplex voor een euro of vijf. Sommigen kiezen zowel voor als achter een dun blad. Het leek mij dat alleen een dun voorblad tot minder demping, dus meer resonantie in de kast, en dus een vollere bas zou leiden.
Gebruikelijke afmetingen voor een cajón zijn 30 cm × 30 cm × 45 cm. Omdat een grotere inhoud zorgt voor een diepere bas, heb ik zittend op diverse krukjes en stoelen uitgeprobeerd welke grotere hoogte nog comfortabel was (ook voor mijn zoon). Ik koos voor een hoogte van 48 cm. Wellicht hadden de breedte en diepte ook nog groter gekund, maar het ding moet wel plaatsbaar en vervoerbaar blijven...

Schroeven of lijmen?

de houtverbinding: ingefreest en verlijmd De hele constructie van de cajón wordt meestal verlijmd. Er wordt 'koud verlijmd' (de delen direct tegen elkaar lijmen, zonder houtverbinding) tot en met tandverbindingen en zwaluwstaarten. Bij koud verlijmen lijmden sommigen nog extra steunbalkjes in de hoeken. Een tandverbindingen leek mij prachtig, maar omwille van de tijd heb ik het mezelf makkelijker gemaakt door de zijkant van de ene plaat semi-koud te verlijmen op het iets ingefreesde vlak van de andere plaat. Zie foto.
Het voorblad kan gelijmd of geschroefd worden. Voordelen van lijmen: Sterk, naadloos, geen schroeven in zicht. Voordelen van schroeven: binnenkant van caj&oactue;n blijft bereikbaar, spanning op het voorblad is enigszins instelbaar waardoor de klank te variëren is. Als aan de bovenkant het voorblad wat 'losser' zit, kan er een wat 'drogere' slag uit klinken, omdat (door enige speling) het hout van het voorblad op het hout van de kast slaat. Dat leek me ook aardig. In de rechter boven hoek lijmde ik een extra hoekje en schuurde dat iets in om extra speling te veroorzaken. Het geluid van die hoek is inderdaad heel anders dan van de rest van het voorblad!
Pas op met gaatjes boren in het voorblad: Triplex splintert snel, zeker als je schroefgaatjes vlak langs de rand boort. Een stukje (schilders)tape op het hout plakken voor je gaat boren, voorkomt dat grotendeels.

Basgat

achterkant van de cajón met basgat Er lijkt weinig geschreven te zijn over de plek en de grootte van het basgat. Ergens tussen 11 en 13 cm blijkt redelijk standaard te zijn. Op een forum voor zelfbouwaudio stond dat hoe kleiner het gat, des te lager de bas. Toen de cajón eenmaal in elkaar zat, heb ik uitgeprobeerd om met de hand het gat wat kleiner te maken. De bastoon werd daarmee inderdaad lager, maar ook beduidend minder hard. Uiteindelijk heb ik gekozen voor ruim 10 cm doorsnede (kan later altijd nog groter maken).
Een andere mogelijkheid is het toepassen van een baspoort; een (plastic) koker aan de binnenkant die het basgat als het ware wat meer losmaakt van de achterzijde. Wordt veel in speakers toegepast en zijn los te koop. Een website schreef: "... waardoor de lage tonen dieper en strakker klinken." Omdat ik daar wel van houd, leek het me een goed idee; ik had nog een 110 mm pvc-pijp liggen... Een groot nadeel echter leek mij dat je de cajón meestal gemakkelijk optilt met je hand in het basgat. Met een baspoort zou dat een stuk lastiger zijn. Bovendien kun je dan minder gemakkelijk met je hand naar binnen om de snare-matjes in te stellen. Uiteindelijk dus toch maar geen paspoort ingebouwd, hoewel ik erg nieuwsgierig blijf naar het effect op de klank.

Snare, snaar of belletjes?

de caj&oactute;n met de voorzijde nog open In cajóns worden verschillende toevoegingen gebruikt om het geluid van een snare drum (enigszins) na te bootsen:
  • een (gitaar)snaar die tegen het voorvlak gespannen is, al dan niet instelbaar en stembaar
  • een snare-matje zoals bij een snare drum, al dan niet instelbaar
  • belletjes hangend tegen het voorvlak
Het idee van twee halve snare-matjes leek mij het aardigst. Voor tien euro kocht ik er eentje en vond een manier om die redelijk gemakkelijk instelbaar in te bouwen nabij de linker boven hoek. Er zijn veel verschillende manieren bedacht om dat te doen. Van een klein knopje aan de voorkant voor schakelen tijdens het spelen tot ingewikkelde draai- en schuifknoppen om de druk van de snare tegen het voorblad nauwkeurig in te kunnen stellen. Veel keuzes die ik her en der aantrof leken mij niet optimaal, vaak vanwege beperkte materiaalkeuze.

Degelijk mechaniek

het mechaniek met de caj&oactute;n nog open Door verschillende materialen (hout, staal, plastic) te combineren, kreeg ik het eenvoudig doch deugdelijk voor elkaar om de snare gemakkelijk verstelbaar in te bouwen. De halve snare-matjes zitten vastgeschroefd op een rondhoutje dat draaibaar in ondiepe gaten in de zijkanten zit (gesmeerd met kaarsvet). Door het rondhout heen zit een stalen stang die op het einde omgebogen is tot handle. Deze rust op een getande plastic strook. Deze strook is gemaakt door uit een plastic verfmengstokje regelmatig driehoekjes weg te schuren (slijpsteen). De strook staat rechtop in een ingefreeste gleuf, zonder lijm of zo. Doordat de stalen stang net iets scheef in het rondhout gezet is, wordt de stang door z'n eigen veerkracht tussen de tanden gedrukt. Twee stoppen (deuvels) houden de handle binnen grenzen. Met een hand door het basgat naar binnen kan met de handle de stand van de snare-matjes gemakkelijk aangepast worden. Dit mechaniek is eenvoudig en goedkoop te maken, robuust en slijtvast en functioneert uitstekend.
het mechaniek binnenin gezien door het basgat Verder leek me een extra staafje zinvol als een rustpunt voor de snaren als die niet op het voorblad staan. Ik weet niet of het echt nodig is, maar dat staafje heb ik voorzien van een stukje vilt, zodat de snaren zeker niet ongewenst mee gaan rammelen.

Afwerking

de ijsvogel: het resultaat de ijsvogel: bewerkt met een grafisch programma de ijsvogel: het origineel De meeste zelf gebouwde cajóns hebben iets unieks in hun uiterlijk waardoor ze persoonlijk, individueel worden. Er is vanalles te vinden; met andere houtsoort ingelegde figuren, tekeningen, ingefreesde patronen, lakkleuren, enz. Een vriend van me kwam zelfs aan met bladgoud! Een prachtig idee, maar dat had ik dan vóór de eerste laklaag moeten doen... Ik heb overwogen om van messing een figuurtje te zagen en dat in het hout in te fresen. Uiteindelijk koos ik voor een zwarte pentekening van een ijsvogel (het lievelingsdiertje van mijn zoon) direct op het hout te zetten. Van internet een geschikt plaatje geplukt, dat met een grafisch programma meer contrast gegeven en gespiegeld, met een laserprinter geprint (kopie met kopiëerapparaat maken kan ook), dat op het hout gestreken (inkt gaat dunnetjes over) en dat met watervaste stift overgetrokken.
Na een stiefkwartiertje schuren met korrel 60 (afronden van hoeken van de kast), 100 en 180, zowel de kast als het voorblad afgelakt in vier lagen met een watergedragen, kleurloze lak van goede kwaliteit. Ik had nog een emmer sterke vloerlak staan...

Vier pootjes eronder geschroefd en klaar.
En zeer tevreden over de klank en het uiterlijk!
de cajón is klaar